Concept & design in close collaboration with Bert Heytens.

Assigned by Design museum Gent & Design Vlaanderen  for the exhibition ‘ Hands On Design, 8ste Triënnale voor vormgeving’.

Kamerhuis

Screen Shot 2016-07-12 at 15.16.48

 

Kamerhuis,

tentoonstellingsconcept

voor Hands on Design

De Hands on Design triënnale vertrekt van de idee om het onzichtbare zichtbaar te maken, om te tonen wat je normaliter niet ziet: het handwerk, het ambacht en de daarbij horende technieken of gereedschappen, mislukkingen, prototypes en modellen. Dit transparant tentoonstellingsmodel gunt een blik achter de schermen, om zo in contact te komen met de complexiteit van design. De tentoonstellings-scenografie speelt daarop in en wil de circulatie én het kijken vertragen en de blikken richten op wat meestal onzichtbaar blijft.

Het Design museum Gent wordt onder meer getypeerd door een sterk contrast tussen voor- en achterbouw. De twee bouwsels overspannen samen niet enkel twee eeuwen, ze illustreren eveneens de zoektocht naar het denken over wonen, naar wat een domestieke architectuur is en kan zijn: van de burgerwoning tot industriële architectuur.

De burgerwoning als stedelijk woonmodel ontwikkelt zich vanaf de achttiende eeuw. De burgerwoning is ontdubbelt in een representatieve voorzijde en een verborgen achterzijde. De representatieve voorzijde sluit aan op de straat, het is de private leefomgeving die gezien mag worden. De gevel, de voordeur en inkom, de hal en een bureel, een salon en eetkamer of een ‘schone kamer’ staan alle in het thema van status en profilering. Hier wordt geëtaleerd. De burgerwoning duwt het werk weg naar de ‘achterkant’, samen met bedienden en huispersoneel. De keuken, de wasplaats, de berging, het ambachtelijk werk zijn onttrokken aan het oog, ze staan ten dienste.

De vraag dringt zich op of dit huiskamermodel nog steeds representatief is voor onze hedendaagse wooncultuur. Raakte het wonen inmiddels niet gedecentraliseerd, net op dezelfde manier als het werken vandaag? Het impliceert dat er geen huizen ontworpen moeten worden maar kamers en verschillende manieren waarop kamers aan elkaar geschakeld kunnen worden. Zo wordt het leven een suite van mentaal aaneengeregen ruimten die alle iets vertellen over hun gebruiker.

Dit tentoonstellingsvoorstel, Het Kamerhuis, is geen huiskamermodel, waarin slechts representatieve objecten worden getoond. Het is evenmin een keukenhuis of atelier, waarin alles zich ordent rond het werken. Het is beide tegelijkertijd.

De scenografie zet de kamers van de burgerwoning en het achterhuis in als mentaal platform voor deze tentoonstelling. Het ontwerp- en maakproces worden inhoudelijk verenigd en naast elkaar geplaatst, zonder hiërarchie of dwangmatige circulatie. Hun presentatie is inhoudelijk en ruimtelijk evenwaardig. Zo wordt de totale waaier aan designobjecten en maakprocessen onderverdeeld en wordt het meerstemmige aspect van de selectie verteld in episodes, gegroepeerd en getoond binnen de module van dé kamer.

De afgewerkte producten, de laatste stap in het maakproces, de designobjecten, worden geëtaleerd in voorkamers en gegroepeerd op basis van vorm, kleur en compositie. De achterkamers tonen de stappen die voorafgaan aan het opleveren van het finale object: het zoeken naar de juiste materialen, de juiste vorm, de juiste kleur, de juiste techniek… Dit doorlopen — van achterkamer tot voorkamer — geldt ook voor het ontwerpproces van de scenografie: uit verschillende materialen en opbouwprincipes is uiteindelijk gekozen voor honingraatkarton. Het materiaal expliciteert de tijdelijkheid van de ingreep en is volledig cradle to cradle recycleerbaar.

Maison Caro i.s.m. Bert Heytens

deels naar ‘Bad Dream Houses’ van Bart Verschaffel

 

Kamerhuis,

exhibition concept

for Hands on Design

The Hands on Design exhibition starts from the idea of making the invisible visible, to show what you normally see: the crafts, the crafts and the associated techniques or tools, failures, prototypes and models. This transparent exhibition model a glimpse behind the scenes, to get in touch with the complexity of design. The exhibition scenography is responding and wants the circulation and looking slow and tin focus on what usually remains invisible.

Design museum Gent, inter alia characterized by a strong contrast between the front and rear building. The two structures spanning together not only two centuries, they also illustrate the quest for thinking about living, what is a domestieke architecture and can be: Citizens home to industrial architecture.

The civilian property as urban residential model develops from the eighteenth century. Citizens property is duplicated in a representative front and a hidden rear. The representative front close to the street, it is the private living environment that can be seen. The facade, the front door and entrance, hall and an office, a lounge and dining room or a “clean room” are all in the theme of status and profiling. Here is exhibited. Citizens Property pushes the work towards the ‘back’, along with servants and domestic workers. The kitchen, the laundry, the storage, the artisan work is hidden from view, they serve.

The question arises whether this living model still representative of our contemporary living culture. Got it now do not live decentralized, just the same way as it works today? It implies that no houses should be designed but rooms and different ways in which rooms can be linked together. So, life is a suite of mentally strung spaces that tell all about their user.

This exhibition proposal, the chamber housing, is not a living-room model, in which are shown only representative objects. Nor is it a home kitchen or workshop, in which everything orders itself around the work. It is both at the same time.

The scenography put the chambers of the citizen house and the secret annex as mentally platform for this exhibition. The design and manufacturing process are united in substance and juxtaposed, without hierarchy or forced circulation. Their presentation is substantively and spatially equal. Thus, the total range divided into design objects and creative processes and is told the polyphonic aspect of the selection of episodes, grouped and displayed within the module of your room.

The finished products, the final step in the production process, the design objects will be on display for rooms and grouped by shape, color and composition. The back rooms show the steps preceding the delivery of the final object: finding the right materials, the right shape, the right color, the right technique … This go through – from back to front room – also applies to the design of the scenography : different materials and building principles are ultimately chose honeycomb cardboard. The material makes explicit the temporary nature of the surgery and is completely cradle to cradle recyclable.

Maison Caro in association with Bert Heytens

 

 

Lees het volledig dossier hier.

designmuseumgent